Hebbink

De naam Hebbink komt van “Erve Hebbink” gelegen in de buurtschap Oosterwijk in de gemeente Zelhem. In 1305 wordt al melding gemaakt van Gerrit Hebbinck die grenst aan ‘dat goet te Dymmingdael op den Goye' (J.B. Makkink). Ook in 1473 woonde er volgens B.J. Hekket (“Oostnederlandse Familienamen, hun ontstaan en betekenis”) een Gerrit op het erve Hebbink. De meeste hoevenamen uitgaand op -ink hebben als voorvoegsel een persoonsnaam. Het gaat dikwijls om eeuwenoude voornamen die nu niet meer voorkomen. In het geval Hebbink zou dit van de voornamen Hebbe, Hebbele of Hebbo kunnen zijn. Dus Hebbink = behorende tot de familie van bijv. Hebbe (De nederlandse namen databank op internet. Boerderijnamen, over hun oorsprong, geschiedenis en betekenis door Pater Vincentius van Wijk).

Zoals gezegd woonden er in 1305 en 1443 al Gerrit's op het erve Hebbink. Nu wil het niet zeggen dat dit voorvaders zijn van het geslacht Hebbink. Immers het was vroeger gebruikelijk dat de bewoners naar de boerderijen werden genoemd wat het onderzoek in de tijd voor 1811 soms heel lastig maakt. Uit het onderstaande blijkt dat de voorvaders gezocht moeten worden onder de naam Teerinck. De genealogie Hebbink was al eens onderzocht door de gebroeders Hebbink van Heyink te Zelhem. Zij hadden jaren geleden de stamboom op een rol papier getekend van maar liefs zo'n 6 meter lang. Door tijdgebrek zijn zij niet verder gegaan. De gegevens op de rol hebben wij in de computer ingevoerd en we hebben d.m.v. onder andere persoonskaarten, notariële akten, oud rechterlijk archief enz. het één en ander kunnen nagaan, bevestigen, corrigeren en aanvullen. Zij gingen ervan uit dat de stamvader Hendrik Hebbink was, wat ook heel aannemelijk was daar zijn zoon Berend een zoon Peter liet dopen op 1 februari 1719. Echter bij het zoeken in de doopboeken van Zelhem kwamen we nog een kind tegen die ook gedoopt werd in dat zelfde jaar, zoon van Berend Hendriks en bleek dat er twee Berend's waren die in de doopboeken Berend Hebbink, Berend Hendriks of Berend Freterinck genoemd werden.

Welke Berend was dan de voorvader? Het doopboek van Zelhem begint in 1694 dus daar kwamen we niet verder mee. Wat overbleef was dat we het Oud rechterlijk archief Zutphen Landdrost ambt moesten doorspitten. Daar kwamen we vele aktes (zie chronologie erve Hebbink) tegen van Berend en Hendrik op Hebbink . Uit deze aktes blijkt dat Berend een broer is van Hendrik en dat het beide broers niet zo goed gaat, met name Berend heeft veel schulden. Op 24 juli 1737 wordt arrest gedaan op het “saet en gewas van het bouwend deel van het goet Hebbink” waarop Berend , bouwman op Hebbink antwoordt “ Nu ben ik capot ”. Bijna een jaar later op 26 april 1738 verzoekt Derk Hummelink ( de ontvanger van de verpondingen, de onderschout) twee mannen naar het goed Hebbink te sturen om “deszelve goederen aldaer vindende in verzekering en bewaring te nemen en het gevondene tegens maendag morgen om 9 uur voor de achterstandige verpondinge te verkopen” In een akte van 20 juli 1739 wordt Berend de gewesene bouwman van Hebbink genoemd. We zitten met deze Berend dus op het verkeerde spoor. Hoe nu verder……..?

Teerinck, Klaepsinck, Oldenhave of Beeftinck
Bij toeval vinden we in het lidmatenboek van Zelhem een Peter Teerinck die in 1726 naar Doetinchem vertrokken is. Circa 1741 vinden we de inschrijving van ene Peeter Terinck op Hebbink en Hendrica Gerritsen op Hebbink van Deutekom. Hun twee dochters Janna en Garretje zijn geboren in Doetinchem. Zou deze Peeter na Berend op Hebbink zijn komen wonen en is dit de vader van Hendrik Hebbink die overleed in 1813 op erve Hebbink? Dus maar weer zoeken in het Oud rechterlijk archief, en ja hoor op 6 oktober 1741 is Peter getuige bij Teunis Wolsink en op 10 maart 1742 is Peter op Hebbink samen met Hendrik Hemink getuige in een andere akte. En dan is er op 28 juli 1742 een ‘maegescheid' van Peter Hebbink , nagelatene weduwnaar van wijlen Hendriksken Garritsen . Nu wordt alles een stuk duidelijker. Peter hertrouwde met Dersken, zij was dus de tweede vrouw van Peter. Zij lieten op 8 december 1743 een zoon Hendrik dopen, die waarschijnlijk vernoemd is naar zijn eerste vrouw. Ook Hendriksken Garritsen was eerder gehuwd met Gerhard Semmelink , zij lieten vier zoons dopen in Doetinchem, de eerste op 17 oktober 1723. Eerst de vraag, wanneer is deze Peter geboren? Peter vertrekt in 1726 van Zelhem naar Doetinchem misschien om daar te gaan werken? Circa 1733 trouwt hij met de weduwe Hendriksken Garritsen . Deze Hendriksken trouwde voor 1723 met Gerhard Semmelink , als ze toen ongeveer 20 jaar was, is zij rond 1703 geboren. Aannemende dat Peter niet veel jonger was, zou hij ook rond die tijd geboren kunnen zijn. Echter hij is in het doopboek van Zelhem niet te vinden. In het doopboek van Zelhem is een hiaat van 1698 tot 1702. Het is dus heel wel mogelijk dat Peter in die tijd geboren zou kunnen zijn.

Uit een akte van 3-11-1746 waarin een magescheid wordt gemaakt naar aanleiding van het overlijden van Hendrik Terink , blijkt dat Peter een broer is van Hendrik Terink die in Doetinchem trouwde en een zoon was van Jan Terink te Zelhem. Ook wordt nog een broer Lijbrand genoemd. Ook Hendrik en Lijbrand kunnen we niet vinden in het doopboek. Ook in de magescheid die opgemaakt is naar aanleiding van het overlijden van Peters eerste vrouw wordt Hendrik Terink genoemd. We kunnen dus wel aannemen dat dit broers zijn. De vader van Peter is dus Jan op Teerink . Peter had ook nog een zuster Wesseltje, deze Wesseltje komen we weer tegen in de Kwartierstaat (nr. 363) zij is gehuwd met Harmen Nusselder op Beeftink. Uit een akte van 30 januari 1715 blijkt dat Wesseltje de erfgename wordt van haar oom Jurrien Beeftink omdat zij zeven jaar de huishouding van haar oom heeft gedaan.

Zij gaat met haar man op de boerderij Beeftink wonen. In deze akte worden ook haar vader Jan Terinck en andere ooms Wessel Klaepsinck en Tonis Oldenhave genoemd. Zij moet aan haar vader en oom Wessel een somma van honderd gulden betalen en aan de oudste broer van de comparant honderd vijf en twintig gulden. We hebben nu vier boerderijen: Terinck, Klaepsinck, Oldenhave en Beeftink (deze zijn te zien in de kaart op de vorige pagina). Op één daarvan is onze voorvader Jan Terinck waarschijnlijk geboren. Welke van de broers bleef op de ouderlijke boerderij wonen? Als we aannemen dat bovengenoemde Jurrien ongehuwd was, hij maakte zijn nicht Wesseltjen immers tot erfgenaam, zou dit dus heel goed Beeftinck kunnen zijn. Maar om dit te bewijzen is ons tot op heden nog niet gelukt. Waarmee onze zoektocht nog niet ten einde is gekomen.